Aardappelgewas-BlueN

BlueN®

Biologicals

Wat is BlueN en wat is de waarde voor het gewas?

BlueN is een bacterie, Methylobacterium symbioticum SB23. Na het toepassen op een jong gewas vestigt de bacterie zich snel in de bladeren, stengels en wortels en groeit mee met het gewas. BlueN werkt vooral vanuit het bovengrondse gedeelte van de plant. Het is het een waardevolle bondgenoot voor de plant omdat het o.a. de voedingsefficiëntie ondersteunt.

Daarnaast heeft de bacterie een positieve invloed op het fotosynthese proces. Met als resultaat dat er meer energie beschikbaar komt voor de groei van de plant.

Tot slot geeft het een grotere bladactiviteit door het stimuleren van belangrijke enzymen die betrokken zijn bij de stikstof stofwisseling. Dit geeft een betere stikstof-efficiëntie.

Voordelen van BlueN®

Hoe kunt u BlueN toepassen?

BlueN is geformuleerd als een wateroplosbaar poeder (WP) waarin de sporen van de bacterie in rust zijn. Deze worden pas na oplossing in water actief. BlueN is makkelijk et de veldspuit toe te passen. Wel is het belangrijk rekening te houden met weersomstandigheden tijdens toepassen. De plant moet namelijk goed aan de groei zijn, en mag dus niet stil staan door bijvoorbeeld droogte, kou en andere vormen van stress.

Op de dag van toepassing moet de dagtemperatuur minimaal 13oC worden en niet hoger dan 27C. Daarnaast is het ook van belang dat er 1 dag voor en 3 dagen na de toepassing geen nachtvorst voorkomt. De beste tijd voor de toepassing is ‘s ochtends vanaf einde bladnat.

In welke gewassen is BlueN het meest rendabel?

BlueN is de laatste 5 jaar in heel wat gewassen getest. Daaruit is gebleken dat er bepaalde gewassen zijn waarin het rendement van BlueN het grootst is. Dit zijn aardappelen, uien en wortelen. Ook in vlinderbloemige gewassen en groenbemesters zien we een mooie en duidelijke plus van dit product.

Dat wil niet zeggen dat het middel niet in andere gewassen kan worden toegepast. Andere gewassen laten wel een opbrengstverbetering zien, mits het gewas harder wil groeien dan dat de bemesting toelaat. Bijvoorbeeld bij wintertarwe zien we pas een duidelijke toegevoegde waarde als er minder dan 150 kg N gegeven wordt. Hieronder een overzicht van de proefresultaten in 2024 en 2025 in resp. aardappelen, uien en wortelen.


Meer weten?

Download de brochure Biostimulanten in de landbouw